Erik Hobijn, componist van vuur

Balanceren tussen verleiding en geweld

“Een pionier in de machinekunst.” Zo noemt de vuurkunstenaar Erik Hobijn zichzelf. Rond 1980 begint hij als een van de eerste kunstenaars in Nederland met het bouwen van machines. Vuur speelt een belangrijke rol in zijn werk. Ongeveer eenmaal per jaar treedt hij op met zijn Dante Orgel, een installatie waaraan hij al bijna twintig jaar werkt. Hobijn maakt begin jaren negentig faam met de Delusion of Self Immolation, een zelfmoordmachine. In 2005 toont de VPRO tijdens de wetenschapsquiz een demonstratie van zijn pyrofontein, vlammen op een fontein van water. De demonstratie illustreerde de vraag “Kan water branden?” Nou nee, aldus het wetenschappelijk verantwoorde antwoord. Hobijn deed ons anders geloven.

Hoe heb je dat water laten branden in de wetenschapsquiz?

Het was niet het water dat brandde, maar doodnormaal propaan gas. De sproeier van de fontein spuit een waterstraal naar boven. In het midden van de waterstraal heb ik het gas geïnjecteerd. Dat gas komt pas in aanraking met de lucht op de plaats waar de waterstraal door de zwaartekracht opbreekt. Daar kun je het dan gemakkelijk ontsteken. Zo krijg je het mooie vuurfontein effect, vlammen dansend op een waterstraal!

Het was een voorbeeld van hoe je kunst en techniek op een bijzondere manier met elkaar combineert, een terugkerend thema in je werk. Wanneer is je fascinatie voor technologie ontstaan?

Dat was al tijdens mijn jeugd. Herbie Hancock maakte samen met Jim Whiting in de jaren zeventig een videoclip, Rock It. De videoclip was opgenomen in een tandartspraktijk. Jim had met pneumatiek bewegende overhemden en broeken gemaakt die dansten op de maat van Hancock’s muziek. Ze kwamen uit kasten en zelfs zat er een dansend overhemd op de tandartsstoel. Toen ik dat zag was ik meteen verkocht, ik vond het prachtig. Mijn ouders zijn poppenfilm animators en dat heeft een grote invloed op me gehad. Reeds op jonge leeftijd was ik gefascineerd door poppen animatiefilms. Dat je werelden creëert die bewegen, met poppetjes en objecten vind ik nog altijd fantastisch!

Kun je wat vertellen over je periode aan de Rietveld academie?

Ik ben bij het Rietveld begonnen omdat ik woordblind ben. Dyslexie werd toen nog sterk geassocieerd met domheid en dat was heel demotiverend. Hierdoor kreeg ik het idee niet goed genoeg te zijn voor een andere opleiding. Eigenlijk was ik liever de wetenschap ingegaan. Wiskunde had me hartstikke mooi geleken, maar misschien was dat wel omdat ik het zo moeilijk vond. Sommige dingen zijn gewoon mooier omdat je ze niet doet. De Rietveld academie was destijds hopeloos ouderwets. Ik was er de eerste punker, kun je voorstellen! Door de dyslexie had ik zoveel moeite met leren, dat de lol er vanaf ging. Ik nam kritiek heel erg serieus en voelde me vaak als persoon afgewezen. Ik denk dat ik mijn tijd misschien wel te ver vooruit was. Zo smeerde ik bij het college keramiek de klei op de ramen en liet het dan drogen. Door het invallende licht zag je duidelijk de structuur van de opgedroogde klei, dat zag er heel mooi uit. In die tijd ging het op de academie voornamelijk over vormgeving. Ik was erg experimenteel bezig en dat vonden ze maar niks. Uiteindelijk ben ik er vanaf getrapt.

Wat heb je daarna gedaan?

Ik heb een tijdje samengewerkt met verschillende kunstenaars en een guerilla groep opgericht, de Stads Kunst Guerilla. We maakten onder meer graffiti op straat, maar we voerden ook acties, bijvoorbeeld tegen kernenergie. Op een nacht hebben we in Amsterdam door de hele stad oliedrums beschilderd als nucleair afval ingegraven. We groeven dan een gat, zetten die ton erin en goten de rest met beton af. Dan lag de politieke kunst ineens op straat. Ons motto was: Je kunt je werk in een galerie laten zien, maar het kan ook in de krant. Op deze manier maakten we ons eigen podium in de media.

Wanneer begon je voor het eerst met vuur te werken?

De eerste vuurperformance die ik deed was in een galerie, halverwege de jaren tachtig. Op de drempel van de in en uitgang van de galerie maakte ik twee vuurlijnen. Een muur van vuur waardoor de enige twee uitgangen van de galerie geblokkeerd werden. Ik was geïnteresseerd om te zien hoe de mensen hierop reageerden. De mensen renden massaal op die brandende lijnen af, het was bloedlink! Het instinct nam de overhand, als een meute dieren renden de mensen door het vuur heen, het gebouw uit.

Ik deed voorstellingen met ingewikkelde constructies van vuurlijnen, zoals tetraëders. Het geraamte van de tetraëder maakte ik van staaldraad. Die staaldraad omwikkelde ik met katoen. Aan de top van de tetraëder maakte ik een loden gewicht vast. De hele constructie werd met plakband gebundeld tot een klein pakket en ging zo in een zak met benzine. Dat hingen we in de lucht. Als je die zak ontstak, ging het geheel branden. Het plakband brak en vervolgens trok het loden gewicht heel mooi de constructie open. Zo werd de ruimte opeens gevuld met een heel grote, brandende tetraëder. Het was alsof de hele ruimte ging trillen, door die paar vuurlijnen. Door die onnatuurlijke vorm kreeg je een heel raar spanningsveld.

Twee van je belangrijkste werken zijn het Dante Orgel en de Delusion of Self Immolation, de zelfmoordmachine. Vuur heeft een belangrijke functie in je werk. Kun je je fascinatie voor vuur omschrijven?

Nee, dat kan ik niet. Ik weet zelf niet waarom ik met vuur werk. Ik ben altijd bezig met andere dingen waarvoor vuur het meest geschikt is, zaken als gevaar en alertheid. Dat komt denk ik doordat ik een kind ben van de oorlogsgeneratie. De littekens die de oorlog heeft achtergelaten zijn zo diep, dat ik waarschijnlijk op de een of andere manier geïnfecteerd ben met haar problematiek. Ik denk dat doordat ik hier zelf niet wezenlijk bij ben geweest, ik het geweld van de oorlog in een heel abstracte, esthetische vorm gebruik. Door mijn werk worden mensen op het verkeerde been gezet. Door als mens de zekerheid van het leven even te verliezen, raakt je alertheid, je gewaarwoording in een verhoogde staat van zijn. Vuur is voor mij de materie waarmee ik deze alertheid het mooist kan oproepen.

In de Delusion of Self Immolation ga je hiermee tot het uiterste. Kun je deze machine beschrijven?

De Delusion gaat over het moment waarop je van jeugd volwassen wordt. In het verleden werd dit moment gemarkeerd met allerlei rituelen. De componenten van deze rituelen waren over de hele wereld hetzelfde. Een jonge persoon wordt onderworpen aan een heel gevaarlijke test, waarbij hij het loodje kan leggen. Nadat hij door deze test is gekomen, heeft hij de dood in de ogen gezien. Nu is hij volwassen en is er geen weg meer terug. In het westen bestaan deze rituelen niet meer. In de jaren negentig vond ik dat moment zo interessant omdat ik er zelf mee worstelde. Ik had hele elementaire vragen. Ik wilde weten waarom ik er was. Hoe ik het leven kon voelen, hoe ik het leven kon begrijpen. In mijn bloed, in mijn lijf, in mijn gevoel wilde ik weten wat het leven was. Ik was op zoek naar een antwoord op al die vragen, zodat ze weg zouden vallen. Met de Delusion schiep ik de techniek om het leven intens te ervaren, ze droeg bij aan het beantwoorden van de vragen waarmee ik worstelde. Eigenlijk was de Delusion een gereedschap om mensen een ritueel tot volwassenwording te laten ondergaan.

Hoe werkte de Delusion?

De Delusion was een machine waarmee ik mensen in verschillende gradaties kon laten branden. Ingesmeerd met brandwerende zalf, ging de gebruiker op een draaibaar platform staan, tussen een vlammenwerper en een waterspuit. De vlam kwam van achteren. De gebruiker stond ongeveer een halve seconde in brand en dan werd hij automatisch naar de blusser gedraaid, die hem meteen bluste. Het moment dat je brandde was echt maar heel kort, ongeveer 0.4 tot 0.8 seconden, anders verbrande je echt. Overigens was er geen duidelijke grens, het is niet zo dat 0.4 seconden altijd niet verbranden betekent, dat hoorde bij het risico. Ik ben zelf ook wel eens verbrand. Eigenlijk vond ik de pijn van het branden afleidend. Het ging helemaal niet om de pijn, de emotionele ervaring was veel belangrijker. Ik offerde mijn veiligheid op, om op dat moment iets te weten te komen dat ik nog niet wist. Iedere keer weer moest ik mezelf enorm overwinnen, omdat ik er nooit zeker van was dat ik niet enorm gewond zou raken. Voor iemand die toekeek leek het niet zo spectaculair omdat het branden heel snel voorbij was. Maar voor de persoon op de Delusion was de tijdservaring heel anders, leek het moment wel een eeuwigheid te duren. Zelf heb ik heel vaak plaats genomen op de Delusion, ik denk wel zo’n twintig keer. Er zijn in totaal ongeveer dertig mensen op de Delusion geweest, evenveel mannen als vrouwen. Ik vond het prachtig!

Tegenwoordig is de Delusion voor mij een gesloten boek. Ik ga hem ook niet meer opbouwen, hooguit als iemand het echt heel graag wil.

Men kan je nu nog wel boeken voor een optreden met het Dante Orgel. Wat is dat voor machine?

Mijn Dante Orgel gaat over de esthetiek van geweld. Mijn ouders vertelden me dat tijdens de eerste nacht van de bombardementen iedereen op het balkon stond te kijken, ze vonden het prachtig vuurwerk. Het Dante Orgel gaat over de geiligheid die bij wapens vrijkomt, de macht van het staal, de macht van techniek. Dat soort vervoeringen hebben er in de oorlog vaak plaatsgevonden. Mensen werden als bloedhonden.

Wat kunnen mensen verwachten bij een voorstelling met het Dante Orgel?

Een visueel muziekstuk. Het Dante Orgel bestaat uit een opstelling van vijf tot elf vlammenwerpers, die vlammen kunnen spuwen tot dertig meter hoogte! De vlammenwerpers worden ritmisch aangestuurd op de maat van begeleidende muziek. Een voorstelling bestaat uit drie componenten, fascinatie, fysieke excitatie en confrontatie. De fascinatie komt van het vuur, de schoonheid en de stilte, het spel tussen fluisteren en ritme, tussen wildheid en angst. In het begin ervaren de mensen de fascinatie en de schoonheid. Op een zeker moment krijgt de fysieke component de overhand, er ontstaat namelijk ook hitte. De schoonheid waardoor je zo verlokt bent, waar je zo wild en enthousiast van wordt, gaat ook bijten, ze lokt je als een sirene op de klippen. Je komt in de gevarenzone, je voelt dat het echt gevaarlijk is.

De derde component komt wanneer het geweld in alle kracht naar buiten komt. Full blast, volle hitte! Dan moeten mensen wijken. Je kunt je er tegen verweren, maar dan kun je verbranden. Je moet kiezen tussen jezelf in bescherming nemen, of je overgeven aan de schoonheid, aan de wildheid van het Dante Orgel. Eigenlijk is het een heel romantisch proces, je krijgt er een enorme adrenaline stoot van. Er zijn maar weinig muziekinstrumenten die dat gevoel te weeg kunnen brengen.

Gaat er wel eens wat mis?

Ja, dit speelt zelfs een belangrijke rol. De angst hiervoor is een wezenlijk deel van de ervaring. Er gaat ook wel eens wat mis, zoals vorig jaar op het Robodock festival in Amsterdam. Ik verzorgde daar een grote voorstelling, met elf vlammenwerpers. Bij elke vlammenwerper stonden twee assistenten. Sommige vlammenwerpers waren op containers geplaatst. Tijdens de voorstelling werd het op een van die containers te heet, mijn twee assistenten daar konden niet weg en hebben toen brandwonden opgelopen. Ze merkten het overigens pas naderhand, bij het uitdoen van hun beschermende kleding. Dat was de eerste keer dat er iemand gewond raakte tijdens een voorstelling met het Dante Orgel.

Bij de Delusion is er ook wel eens iemand verbrand. Dat namen ze me overigens niet kwalijk, het hoorde bij het risico. We maakten dan het grapje, “Rare, medium en well done!”.

Wat voor machines zou je nog graag bouwen?

Er is zoveel dat ik nog wil maken! Ik wil graag experimenteren met geluid. Een tijdje terug heb ik hier in Amsterdam een kanon gebouwd. Het kanon was opgesteld voor een grote loods. We schoten het kanon af over het IJ, richting een grote graansilo aan de overkant. De graansilo weerkaatste de knal van het kanon. Het geluid werd op haar beurt door de loods weer teruggekaatst naar de graansilo. Zo hoorde je de knal heen en weer suizen over het IJ, dat was fantastisch! Aan de hand van die toevallige gebeurtenis heb ik toen een idee bedacht. Ik wil spelen met de architectuur van resonantielichamen. Door geluid weg te schieten tegen gebouwen in een stad, wil ik mensen een nieuwe ervaring geven van haar architectuur. De mensen kunnen dan door de stad wandelen en op elke hoek en onder elke hoek een ander geluid horen. Maar of dat mag... De ramen vliegen er dan wel niet uit, maar het is natuurlijk een enorm lawaai.

Ik zou ook een kanon willen maken, waarmee ik vuurringen kan schieten. En dan naar de olympische spelen!